Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1805.
— 175 —
Uw heil de faus der lusl,
Dc faus die al heur* fmaak bevat;
De zoelheid van de rust:
£n H balfemrijk Ncpenlbeblad,
Dat allen kommer fusl.
Uw geur verfterkt den bloesfemdaauw
Van Floraas HofpriccI,
Dc frischhcid van den Lindenfchaauw;
Verhoogt muskaat cn gcmberklaauw,
En Amboïns kaneel:
Ja, de alfemdrank der tegenfpoed,
Gemengeld met uw tooverzoct,
Vloeit zachter dan het druivenbloed.
En hairt niet in dc keel.
Gezondheid, hoogst en ccnigst goed,
Dat leed en vreugde fmaken doet,
O waart ge my ten dccll
Afscheid aan het Vaderland.
Ja, 'k wenschtc u wcêr tc zien, mijn Vaderland, mijn leven,
My dierbrer op deze aard, dan bloed cn dierbaar kroost!
Ik wcnschtc in uwen fchoot den laatften fnik tc geven;
Maar (de Almacht wilde 't zoo) ik moet als balling fnevcn;
Mijn boezem ijst van 't lot; maar is dat lot getroost.
'k Ileb alles u gewijd op Hvoetfpoor van mijn Vaderen:
Mijn harl verwijt zicb niets: 'k flond alles voor u af.
Mijn zucht was meer dan Aardsch, in fpijl van uw verfmaderen!
Dc plicht, de teedre plicht ontfiak haar in mijne aderen;
Dc plicht verdooft haar thands, maar in H ontijdig graf.