Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 172 —
De roos en lelie rooft, waar meê de jeugd mag pralen!
Wat Pest, wat gruwbre Pest kan by uw woeden balen
Op dees van God verlaten' grond !
Wat Hel kan zulk een affebrik geven
Van 't door ellend vervloekbaar leven,
Als gy, ó Kachels, gy, ó Duilschlatids holfcbe vond!
O zalig, die voor 't uur mocht fneven.
Dat gy, dat Brunswijks poel, zijn levenskracht verflond !
1803.
Aan den Heer * * * met mijn' laatste Diehtbondel
— Extremum hoe munus morientis haheto,
virgilms.
Kan, ó Minerves Voedftcrzoon,
Kens kranken krachtelooze toon
Het kiesch, het kuisch gehoor, aan Mantuaanfche zangen
En Zulmoaanfchen Dichtcrzwier
Gewend, nog aandoen met een Lier,
H Gewormt' voorlang ten prooi' gehangen ?
Ik weet bet, ja! uw beusch gemoed
Vindt ook de lage klanken zoet,
Die uit een borst, verwarmd door Deugd en Godsdienst, vloeien
Ik weet het, en hel is tol u.
Dat, hoe bedeesd cn daglichifchuw,
De mijne zich verheft, van dankbre drift aan 't gloeien.
Gy dan, wiens onbezwalkte Jeugd,
Gevormd voor Vaderlandfche deugd.
Voor al wat grootheid beet, geen' Leeraar zult vergeten.
Die u, voor 'lijdie Schoolgeklap