Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 37 —
Maar wacht u, blinde mensch, zoo duiftrc wanbefeffen
Vw plichten aavrechts zien, en plicht tot deugd vcrhefl'en;
Dat ge in de tiodheid-zelv die deugden doet beftaan !
Dit wrijft der Godhjkheid des menfchen zwakheid aan.
Wie zijt gy, die uw' Gt»d, uw' fchepper en bootfeerder
Wilt kennen hoe Hy zij? zijn minder of zijn meerder?
Die, daar 'tZijn deugden geldt, van reden gants beroofd;
U-zelv' onfeilbaar acht en meer don Hem gelooft?
Balddadigcn, ziet toe, eer Uy zich u betoone,
Verfchriklijk, als Uy is, voor wien zijn Goedheid hoone:
Zoo de Eeuwge 't goed en kwaad in ons niet onderfcheidt,
De deugd en 't misdrijf ziet met onverfchilligheid.
Geen' wandaön afkeer draagt, geen weldoen gunslbelooning,
En 's menfchen hart niet leidt door flrafien noch bclooning.
Zoo is die God geen God dien heel de fchepping prijst.
Geen God van heiligheid die zich volmaakt bewijst.
Neen, die vergeving vraagt, moet Hem voldoening bieden!
De ftraf, op 't kwaad gefield, is niel om niet te ontvlieden,
Als of Zijn Wijsheid-zelf niet onveranderbaar,
Maar tegen zich gekant en wisfelbeurtig waar.
Of de Almacht zet geen ftraf op 's menfchen wanbedrijven,
Of de ingezette ftraf kan nimmer achterblijven:
Maar flralloosheid voor 't kwaad bclaaml geen' heilig' God:
Geen God, die wetten geeft, ontzenuwt zijn gebod.
Geen vonnis doemt ter ftralf, of 'tligt in 't overlreden!
't Geweten fpreekt niet vrij voor zuchlen of gebeden!
J)e Vrijfpraak is alleen by de Onfchuld. Wint die weer,
En Ireedt dan in 't gericht met aller fchcpllen Heer!
Of de eerfte onnoozelheid, of de ondergane flralfc.
Zie daar wat aan de ziel vrijmoedigheid verfchaffc!
.Ia, Jezus heeft voor ons aan 't Godlijk recht voldaan:
Zijn heiligheid, zijn deugd, neemt God voor de onzen aan:
Hem worden we ingelijfd. Hy werd om ons verflolen;