Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 165 —
Naar Hoordeel van geleerde mannen,
Toen Ulpianus kwam op 't mal
Met zijn ut et—reficeat! (*)
Wat zou de goede Paai? lly kon geen oordeel vellen.
Dat hem die hongren moei het Naehtfpook toch zou kwellen,
Dat door Galenus rotgezellen
Aan ruimgenolen' avonddiseh
Kn volle maag verbonden is.
Maar evenwel, om die rebellen
Niet gantschlijk in H gelijk te ftellen.
Zoo fchiep hy voor deze eene en afgezette Meer,
Uit vlasch, en ftroo, en gans-, 'k wil zeggen, hoendcrvecren.
Een menigte van Bynachtmeeren,
En fmeet die op hun bedden neer.
Sints ligt gantsch Duitschland nu, als neérgeflagen lijken.
Begraven onder H pak van 'l gruwzaam Overbed,
Als Tyfons door gebergt' verplet.
En hijgende naar lucht, ten hemel op te kijken.
Tot Jupiter hel zelf eens van dees Nachtmeers redt.
Daar is noch vlieden noch ontwijken.
Zoo dra men voet in dees Slrofaden zet:
Verflikken moet men en bezwijken.
En liggen ovcrflclpt, bewegingloos, te prijken.
Met bulflers op het lijf als Westkapcllerdijkcn:
Dal 's de eenmaal onverbidbre wel.
En, mag de Slaap den dood gelijken,
Ilier wordt men eer men fterfl bedolven onder H bed;
Ja, dikwijls koomt de Kraai door Hvenfter binnenflrijkcn (f),
En vraagt u: »Doe ik ook belet?"
(•) L. 6 S 2 ffftfervit. vind.
(•j-) Het geen niet zeldzaam is in een land zoo vol Kraaien,
cn waar nooit een vcnfler fluit.
1805.