Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 1G3 —
Dit monfler, vreeslijk boos, met fpier cn bloed gemest,
Had (zegt men) wijd en zijd zijn bcerfcliappy gevest;
Bcftooklc volk by volk, en fticbllc zicb den zetel
Op mcnfcbenboezcms, wel doorbrast,
(Maar, om dc dood niel, uilgevast,)
En, boorde U, 's avonds laat, de vleescbrib in den ketel,
Het noodde zicb tc nacbl op d' ccter-zelv' te gast.
Die zicb dan lelijk zag verrast.
Hoe H zij, ik weet het niet. Er kennis meê te maken
Behoort al meê lol dc eer, waar aan ik voor mijn deel
(Als aan zoo menig ding, waar andren zeer naar haken)
Gewillig, mag ik U, zal verzaken:
Maar 'k hoorde er dikwijls van, en meer dan al te veel.
Dil Nacbtfpook dan, dil plach voor dezen
(Men noemt hel mcl den naam van Nachtmeer overal)
Door heel Europa t* huis Ie wezen,
En nam nu hier eens plaats, dan daar eens, naar H geval.
*k Wil zeggen, dat geval,dat van de tafel fcbiklc;
Dc Franscbman zegt, la fortune du pót:
En lastig was 't bezoek voor die by recht verflikte.
Altbands, in Holland wil men 'l zoo.
In England hoorde ik ook van 't fchrikbre fpookfel klagen.
Ja, ik heb cr zijn pourtrait gezien,
HolÖogig — wijd van mond —! Of 't wel gelijkt, te vragen,
Ware onbeleefd geweest, misfchien.—
Maar hier in Duilschland dan? Het had in vroeger ecuwen,
Hier ook zijn Befidenz. Wat tjtels bet bezat,
Is 't geen ik juist niel weel: maar om zijn lelijk geeuwen,
En dat het dien het nijpt, niet toeflaat om te fchreeuwen,
Is 'l zeker Kammer- of Finanzralh, of zoo wal.
Altbands Ihr Excellem kon niemand er aan weigeren.
Maar wat gebeurt ? de goede hals