Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 161 —
Het Fransch is uw gewone taal,
En H Ilollandsch fchrijlt gy even goed
Of ge in Parijs waart opgevoed.
En wie verlangt er thands iels meer?
Wie vraagt daarby naar deugd en eer?
Maar, wat een ander laat of doe,
Een ieder voor zich-zelv* zie toe!
Dit, dit flaat eeuwig by my pal.
Dat ik u nooit wéér aanzien zal.
Al waart ge ook van louter bout (*),
En, daar loc, overdekt met goud (-j-);
(•) Bout is de Entvogcl, die oudtijds by ons voor het lek-
kerfte beeljen van den llollandfchen disch gehouden wierd.
Van daar de uitdrukking: het smaakt als hout. In de Ilage zegt
men thands Endebout; dit is tweemaal hetzelfde, even als ons
Everzwijn, en meer diergelijke, die echler le wettigen zijn,
zoo men Bout en Ever als foorlnamen van hel algemeener
Geflacht der Enten of Enden (wanl beide is goed gezegd) en
Zwijnen aanmerkt.
(•j-) Goud, of liever gout, was een foorl van lil (gelée zou
men thands zeggen), dat oudtijds door middel van een aller-
hevigst vuur by zeer flerk bedruipen om of op hel gebraad
wierd gemaakt. Dit gout wordt nog in verfcheiden fpreekwij-
zen bedoeld. B.v. ik at het niet al ware H met coud bedekt. Dat
is: geen toebereidfel, zelfs het voorlreflijkflc en koslbaarfte
niet (wanl kostbaar was het en alleen voor uilftekende tafels),
zou my dal eetbaar kunnen maken. Zeer merkwaardig is de
Ilollandfche tafel en keuken, zoo men eens vijfhonderd jaar
te rug gaal en dan lot hel begin der voorige eeuw afdaalt.
Vooral zoo men dit mei een Physiologisch en Charactcrkundig
oog doel. Maar wie bekommert zich om onze Oudheden? Hoe
velen leven er nog by ons, die zich door voorouderlijke over-
W. BlLDERDYK. XX. 11