Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 159 —
En zweren, als de vrome Job;
Een huid gelijk een perkement;
En rimpels, rimpels, zonder end!
Maar nu, nu hebt gc heerlijk fpel.
Vloekt al de Drommels uit de hel.
Ja, bel en hemel by malkaar.
Als of het reine mecning waar,
En geeft uw woord en ziel te pand.
Ja fomtijds wel een' kus op hand.
En denkt: een woord is maar een woord.
Het minfle windljen jaagt hel voort.
En die hel achterhalen kan.
Nu ja, dal is een handig man.
Ik weet wel dat gc daar om lacht,
En mijn vermaning weinig acht,
Gy, Meisjes, die eenvoudig heet.
Maar echter van dc mostaart (*) weel;
En dan die groote Kopplares
Vcrbaslerde uitdrukking voor mutsaart, welke, reeds
voor driehonderd jaar, in deze fpreekwijze verward wierd mcl
de mutse. Naar de mutsaart ruiken, is naar den brandstapel
ruiken (dat is, naar kettery fmaken). Van de mutse toeten, is
van minnehandel, minnekuepen weten. De mutse is de min, of
eigenlijk de paardrift der kunnen. De verfcheidenheid van
beleekenisfen, welke dit woord by achtervolging doorgegaan
is, om eindelijk een hoofddekfel van de eene en andere kunne
te beteekenen, is zeer groot, en leerzaam.--Roemer Visfchcr
beeft nog de lof der Mutse gezongen in den zin van paarzuchl;
en wy hebben nog fpreekwijzen cn fprcekwoorden, waar in
die beleekenis voortduurt, fchoon bel gemeen ze miskent.