Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 1Ö8 —
(Na vijftig, zcslig jaar misfcbien
Indien zy U zoo lang af wil zien!)
Reeds kijkt hy naar een huisjen rond,
Stapt ellen hoog, en voelt geen' grond,
Bedenkt zich op zijn Bruigomskiced,
£n maakt het Bruidsgcfehenk gereed;
En zy, die hem hel jawoord gaf.
Zegt op één oogenblik spit af!
Dal zeg ik, ja, dal niel hclaamt.
En dat zich voor het daglicht fchaamt!
Een blaauwe fcbeen — ?Nu ja, dat zijl
Dat flaal een eerlijk mei^^jen vrij:
Wanl zoo men alles recht befchouwt,
Is alle hout geen timmerhout.
Ook duld ik, dat men zeekren lijd
Alleen op spcKulatie vrijt.
Waar, eens gevraagd, en ja gezegd.
Dan is de band ook vast gelegd;
Dan zeg ik: Eiers in de pan!
Een woord, een woord! een man, een man!
Neen, ging bet zoo het wezen zou.
Men hield elkander woord en trouw:
Of zoo men zijn belofte brak.
De Duivel hield zich niet zoo mak;
Maar wie aan 't misdrijf fchuldig waar.
Die kreeg lerflond de mot in 'Ihair;
Een neus, voor 'l minst van zeven voet.
En tanden, zwarter dan mijn hoed;
Een rug, gelijk mijn elleboog.
Op ieder leen een cxlcroog;
Een kakhiel als een Ralverkop,