Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 157 -
'k Erken het, ons behoort de febuld!
Gy immers hebt uw woord vervuld,
Wie onzer zich mishandeld rekcn'1
Geen Vrouw beloofl, zegt de Oosterling (*),
Dan onder 't voorrecht en beding,
Om, vindt zy 'I goed, haar woord te breken.
1805.
De Eed der Meisjens.
parodie van horatius.
Indien men voor een' valfchcn eed
Maar flechls een' mugg- of vlooicnbcet
Of zomcrfproet of zwarten tand.
Of opgezwollen winterhand,
Of eenig ander letfel kreeg.
Al waar het nog zoo min, ik zweeg;
Maar daar ik zien moet lot mijn fpijt.
Dat ge altijd mooi en mooier zijt.
Al liegt en zweert ge dat het kraakt.
En dat het hel noch hemel raakt.
Zoo zeg ik, dat het niet betaamt.
En dat de zaak zich-zelve fchaamt.
Wel foei! een meisjen zegt ons ja:
De jongman weet van boe noch 6a,
En meent haar in de goede trouw
Te maken lot zijn weduwvrouw:
(*) Motanabbi: Bedriegt u eene schoone, zoo houdt zy woord',
want onder haar verdragpunten behoort ook, dat zy geen woord
behoeft te houden.