Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 152 —
Zie dit jeugdig niaagdelijn!
Ach, het was een lust der oogen!
Niels, dan gy, kon fchooner zijn. —
Al haar luifler is vervlogen.
Een, een enkle Winter maar!
En, gerimpeld, uilgezogcn.
Schijnt zy vaardig voor dc baar,
Dor en geel van H kacheldroogen.
De adem is zijn frischheid kwijt;
't Bloed flalt zichtbaar in heure aderen.
Werkloos zil zy daar en lijdt.
Ach! verlept als lindenbladeren.
Geest en herfens zijn verflompt:
Veer- en levenskracht, geweken:
't Vuur der oogen uilgedompt;
Maag en ingewand bezweken.
Zie die bleekheid van de dood
By H gedwongen laebjen pareu;
Zie die lippen, leverrood;
En gy geeft baar zestig jaren.
Lieve Schoone, keer te rug!
Waag het niel, u op te houden!
't Schoon is allijd nog te vUig;
H Zal nog vroeg genoeg verouden.
Keer, eilieve! keer gezwind
Waar men leven kan cn tieren;
Waar men lucht en voedfel vindt,
Dat en zenuw fleunt cn fpieren!