Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 149 —
Thands zoo bloeiend, zoo gezond.
Met den wellust op de konen!
Gy wier teêre dartle voet,
In zijn luchtig overzweven
Bloem noch grasfchcut buigen doet.
Door de Zefirs opgeheven!
Op wier kaak bet week albast
Van het reinfte bloed mag blozen:
Op wier mond die eernaam past,
Die ontleehd is van dc rozen !
Die, als gy de borst verheft,
Boos cn lelie, in haar geuren
Met uw adem' ovcrtrefl,
£n verduiftert met heur kleuren!
Lieve, zeg, wat koomt gy hier.
Hier, uw teder fchoon verderven?
Hier, uw frisheid, jeugd, en tier,
In haar opgang reeds doen fterven ?
Ach! öén Jaartij', lieve Maagd,
En dc luifler van uw wangen
Is rampzalig weggevaagd.
Door geen middel weêr te erlangen!
Hier, hier is geen verfche gloed
Van uw kool- cn haardfleèvicrcn,
Die beweging geeft aan 't bloed.
Steun cn veerkracht aan de fpieren: