Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 147 -
Holland en Engeland,
Neen, Holland, ó mijn wieg, die ik met eerbied groet.
Neen, nergens vind ik u, waar my de voelen brengen!
In England leeft men wel, wordt wel en fierk gevoed,
Geniet een zuivre lucht en waren overvloed;
En wel hem! die zijn kleed aan 't kolenvuur mag zengen.
Maar Hollands kalme rusl, genoegen voor 'l gemoed,
Kechlfchapen bartlijkheid en vredig huislijk zoet,
Laat zich mcl Brilfchen aart noch Slaalsbefluur vermengen.
In Frankrijk heerscbt vermaak. Dc vedel en H looncel
Vcrftrckkcn er voor brood by Burgerfland en boeren:
De wcrkclooze hand verdraagt zich mcl de keel,
En beide zijn te vrcên mits tong en voel zich roeren.—
Men trekke de Alpen door! Hier bloeit een Paradijs!
Ecn lucht die wellust aamt, en weelde ftort in 't harte.
Roept alles tol genot — maar lol hoe duur een' prijs!
Een doodfche vadzigheid, onlijdlijkflc aller fmarte! —
Welaan, naar Duitschland dan. — O Hemel, fta my by!
Hier fmooren onder 't bed, en flikken by den Oven (*),
Om by ecn fchijn van weelde in H hart der Barbary,
In dikken ncvcldamp zich hongrend af tc flovcn;
Gebrek tc lijden aan het noodigst; 's harten lust
Te onlbceren, cn 'tgenot der zoethecn van het leven!
(*) Ofen (oven) is de naam dien de Duitfchers aan hunne
luchlvcrpcstcnde kachels geven: waar van ecn der minfte uit-
werkfels die vervallen kleur is, die men \\\ct f inhei} farbe of
warmekamerkleur noemt, van welke men in geen ander land
zich een denkbeeld kan maken. — Hun zijn bekend,
in naam naamlijk. Om te welen, wat zy zijn, moet men in
Duitschland reizen. Zeker bekende van my vond ze iets flim-
mer dan dc zoogenoemde Nachtmerrie.