Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 146 —
Dil, zeker! dit valt bard. — Ge moet my juist niet vrage
Waar is uw lluurceel, Vriend? Ik weel, die is er niel;
Ik woon jtrecario voor zeker tal van dagen,
Of liever, voor zoo lang, lot dat bel u verdriet.
Maar wilt gy, zet my uit, ik zal my niet beklagen.
Ik ben reisvaardig, als gy ziel.
Geef my mijn paspoort fleebts! — Doeb alles my te onlnem
Wat dil verblijf my zoet, my draaglijk maken kan.
Terwijl ik daarop waebt, ik, opgellolen man!
Dat is verbazend wreed. — Doeb, om niet lang te teemen.
Zie bier mijn voorftel eens — bet is een reedlijk plan.
Vooreerst: Mijn lamp weêrom. Ik kan niet zien te lezen
»Ten tweede?" H Orgel daar, dat eens zoo heerlijk klonk.
De pijpen fchoon gemaakl. Het fchijnl verftopl te wezen.
»Voorts?" Deze pot-pourri, zoo geurig lang voordezen,
]Nu zonder reuk of kracht, en ijdle kamerpronk,
Vernieuwd. «En wijders nog?" Dan hier dal 5ojaflesjen,
Dal zoo veel fmaak gaf aan de kermisharst, gevuld,
liet is zoo goed als leeg. »Loop been, en zoen uw besljen!'
Nu dan, wat Afia, of Engelsch pickle-zwXi.
»En voorts?" Mijn bed weerom, mijn peuluw, en mijn dei
Nieuw ftroo. Of, zoo ge wilt, een goede veldmatras.
»En dan?" Dan zullen wy malkander verder fpreken.
Vooral niet, beste maal! uw lijd is baast verfireken,
Gy hebt bel goed gehad een zeker lal van weken;
Maar waart bet weinig waard (Dal is genoeg gebleken):
En nu — ? van daag geduld! H is morgen lichl, verkas!
1805.