Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 145 -
En bulfter, peuluw, lakens, dek.
Of kamermuilen, ftoel, of kusfen,
Ja, al de meubels van H vertrek,
My af te balen onderlusfcben,
Zoo dat ik tot gebruik geen ding meer overbou,
Haar in dees leege, bolle muren,
Gefplelen zoo zy zijn, moet bibbren van de kou;
)it, of ik 't zeg of zwijg, vall moeilijk te verduren.
Wel foei! ik bad een lamp, waar by ik reedlijk zag:
Veg is zy! —'k Moet my nu met manefebijn geneeren,
if wachten heel den nacht naar de aanbraak van den dag.
k had een bed van ganzenveêren,
tVaar ik gemaklijk, zacht, op lag.
"ïu lig ik op het ftroo — helaas! op de onderlagen!
^ant ftroo en al is voort t dat helfche roofgefpuis
an muizen, die ge hebt in dit bouwvallig huis.
Vist alles kort cn klein te knagen,
t zat gemaklijk op mijn kusfen in mijn ftoel,
Ju, op den harden vloer, dat ik mijn hinderst voel.
iLiep op panlofflen door de kamer,
n liet mijn laarzen, oud en knellende, in een* hoek,
iVant, allijd flijf gefchoeid! geen ding is onbekwamer.)
n nu —?de muilen ook zijn *t zoek;
moet of barrevoets of op mijn koufen loopen
n krijgen Icelijk pijn in 't lijf:
/"anl mallen of tapijt: (Die geld heeft mag ze koopen!)
ic kan ik vorderen noch hopen,
at is geen noodzakelijk gerijf.
aar echter, toen ik kwam, was alles blank en helder,
1 proper gcfloffcerd op nieuwerwclfchcn trant:
a lijkt het wel een pakhuiskeldcr,
;en paard, hoe blind het waar, zou fchä doen aan den wand.
W. BILDERDTK. XX.
10
h