Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 43 —
FILEET.
iMaar, Badus, evenwel, hel harl moei iemand beven
Wanneer H een weinig waait: my dunkt ik ftierf van angst,
^n dan—wat heeft men daar, dan flechts wal palingvangst?
BATTUS.
Ja, water is er niet, dan enkle modderkreken.
Ik weel er van, Fileet, ik heb dal werk bekeken.
Neen, 't is een leven, recht ellendig, op mijn woord!
En, winning is er niet. De zee brengt alles voort.
FILEET.
Dal's zeker. Maar, mijn vriend, hoe wonen daar de menfchen?
[loe koomt het, dal zy niel naar 't frisfehe zccftrand wenfchen?
Ik bleef er tot geen' prijs, al wierd ik er gebracht.
BATTÜS.
la, daar voor houd men ook aan alle poorten wacht.
FILEET.
^Vat zegt ge! houdt m'er wacht.
BATTUS.
Ja, zeker; met Soldaten.
>ie hebben last van 'l Hof om niemand door te laten,
)ie in dc ftad behoort. My ook, men hield my aan;
Haar 'k was een Visfchers knaap, men moest my laten gaan.
FILEET.
S'u, dan begrijp ik't eerst. Die arme ftedelingen!
5y liggen daar aan band.—Dat heet ik, menfchen dwingen!
a, Battus, H is gewis, bet reizen is wat waard.
Iet leert ons 't voorrecht zien van d' onderlijken haard.
nu beval ik 'l klaar (en 'l doel my groot verblijden),
)at we allen hier op aard geen Visfchers leven lijden:
)e Wacht belet het, maar een ieder, flond hel vrij,
iVou zoo gelukkig en zoo rijk wel zijn als wy,
1805.