Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 34 —
Maar 't is ecn Wel! Een Wel? Door wien u aangekondigd?
Uw God verklaarl zich niel, noch wreekt hel als gy zondigl.
Of zal zy zichlbaar zijn in de orde van 'l Heelal?
'lHeelal, dal mei den mensch geluigt van zijn verval!
'1 Heelal, Avaar alles leefl door pionderen en vernielen.
Verwoesting nooddwang is, en middel van bezielen!
Leert daar, dat moord en roof, zoo 't uw beflaan verlengl.
Een flrafbaar middel is, dal 's Hoogften orde krenkt!
Onzinnigen, de Wet, die God u heeft gegeven.
Zoo ze immer door zijn hand Natuur werd ingefchreven,
Vervalschte H zondig Paar, vervallen van zijn* God,
En dood, geweld, en fchrik, werd aller fchepden lot.
Zoekt, zoekl, indien ge H kunt, in de ingeflorle puinen
Van 't lang verwoest paleis, de fteile torenkruinen,
Den gulden bcmelthroon, 't wellustig flaapfalet,
In vlam en asch vergaan, of door zijn' val verplet! —
Maar neen, gy zijl het zelv', die u ecn Wet zult fliehten;
Gy mint gezelligheid, en zy, zy vordert plichten.
Het algemeen belang.... Uampzaligen, waarheen?
Wie uwer is in flaat, dien doolhof in te treèn?
W^ien leert het, 's naaflen heil voor eigen heil waardeeren?
Wie offert voor een doel, alleen om 'l zelf te ontbeeren? —
Neen, U denkbeeld van een' God die zelf de wetten gaf,
Schrikle u in kindfchcn lijd van de overtreding af:
Gewoonte, uw ganlsch bedrijf naar 't voorfchrifl in te richten,
Te toelfen'tgeen gy doet, aan 't geen gy houdt voor plichten,
Melde achting die ge in 't hart voor deugd en weldoen voedt,
En 't voorrecht van eene eer die de ondeugd derven moet:
Zie daar wat u befliert! — maar geen befpiegelingen,
Waar door ge u-zelv'vermeet in 'Igoed en kwaad te dringen,
Hem wantrouwt die u vormde en onderwerping vraagt,
U zelv' len God verheft, eu uw geweten plaagl.