Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 139 —
En, om zelf een rol te fpelen.
Die men meent dat geestig ftaat.
Toegejuicht uit duizepd kelen!
Dat 's nog fchooner in der daad.
Waar is % dat dat luide lachen,
Daar die heercn foms om prachen.
Weinig beter is dan fpot:
Maar, genoeg, hun perfonaadje
Wandelt op de Feeslftellaadje
Met de houding van een* God.
'k Spreek niet van het bekkenfnijden,
En het zoet dat daar in fteekt,
Of, het om de gans te rijden.
Dat men hals en beenen breekt.
Maar een arme kat te knuppelen.
Of het veêltjen na te huppelen !
En het koekblok boven dien!
Ja, dal zeker zijn vermaken
Die een mensch in *t harte raken!
Zoo iels lieHijks moet men zien.
Ja, de wareld heeft genoegens! —
Doch wal wordt er dan geklaagd
Van veel lijdens, zuchtens, zwoegens.
Dat men by die vreugde draagt?
Wal zoekt ieder van zijn leven
Steeds een aandeel weg te geven.
Dal hy als een last befchouwl?
Heeft hy weinig tijds te blijven,
Waarom wil hy dien verdrijven?
Waarom maakl zijn wenscb hem oud?