Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 137 -
Andren netten pas de lippen,
Of zy lalen hem oniglippen,
En zy doen dc zelfde klacht.
Andren, die er groots meé pralen,
Laien 't nat er in verfclialcn,
En verliezen geur en kracht.
Andren zwelgen! Maar met horten,
En zy plengen, druipen, florlen,
En verkwisten 'Ikoslbre vocht.
0 hoc zeldzaam, die ter degen
's Levens vollen beker leègen.
Die hem wel genieten mocht!
Doch men grijp' hem wel en handig.
Hou hem vast, en drink hem leeg,
Ernftig, matig, en verftandig!
Ach, wal is het, dat men kreeg?
De eerfte mondvol mag dan fmaken
En dc dorsl ons gaande maken
Door een foorl van prikklend zoet;
H Week verhcmcll' zachtjcns ftreelen;
Lieflijk door den gorgel fpclen;
En doen maag en herfensgoed.
Maar hoe zoel bet eerst moog fchijnen.
Al die wellust gaat verdwijnen;
Al wal fmaakle gaal er af;
leder leng valt immer banger;
En de nafmaak wordl fteeds wranger:
Ja, het laatst is enkel draf.
Neen, men moog om krans of bloemen
Of om uilerlijkcn praal