Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1805.
— 136 —
Die zal, al is uw vorm vergelen,
In H boezemkusfen van falijn.
Zoo lang ik van my-zelv'zal weten,
Mij dierbaar en vertroostend zijn.
's Levens Beker.
Tenentqu
Pocula tetra homineSf et inumbranl ora coronit
Lucretiijs.
Laat fmaragden en failleren
*s Levens brozen beker fieren ;
Laat robijn en diamant
Scbittren om zijn' gouden rand;
Laat bem roos en anemonen
Met bet geurigst kransjen kroonen;
Laat de tintelende wijn
Gloeijen door zijn kristallijn;
Laat by lot den boord gefcbonken.
Vrolijk fcbuimen, dartel vonken.
En verlokken oog cn barl;
Laat by met zijn ecrfle leugen
't Onbedreven bart verheugen;
Ach, wal geeft hy toch dan fmarl!
Duizend die hem vrolijk grijpen,
Maar met harde vingers nijpen.
Breekt en barst hy in dc hand.
Dan beklagen zich de droeven.
Dal zy 't vocht nog naauwlijks proeven,
Of dc zoetheid ligt in 't zand.