Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 13o -
Daar blaast bet windljen door dc gaarde;
Zy vallen om uw wortel neêr,
Daar ligt des bloembofs roem ter aarde!
Daar ligt des aardrijks pracbt cn eer!
Ilelaast zy krimpen en verfcbroeien:
Hun zacbte, purpren blos verdween.
O bloemljens, acb! wat is uw bloeien!
Waar vliedt de wélke fchoonheid heen!
Maar, dierbaar Uoosjen, zoo vervallen!
üf liever, deerlijk overfchot,
Dat eenmaal met dien naam mocht brallen,
Nu, wind en ongediert ten fpot!
Maar lieve blaadljens, hier, vertreden.
Daar, fchendig van de worm doorwoeld!
Ik heb geen oogbevallighcden,
Geen dartle kus van u bedoeld.
'k Heb in uw'boezem niet gedoken.
Den honig uit uw hart gepuurd.
Uw maagdenkransjen niet gebroken.
Voor 't weinig, dat uw Lente duurt.
Neen, rimple en bleeke u't lot der dingen.
Dat al wat luifter beeft, benijdt.
Dat bloemen Hoopt en ftervelingen!
Uw geur verduurt en lot en lijd.
Die geur, wat immer moog verouden,
Wat ftorm of najaarswind verniel'.
Zal aan mijn borst u plaats doen houden;
Die blijft verkwikking voor mijn ziel.