Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 133 -
Hoe liet zy H hoofd vertederd hangen
En fcheen van dorst en liefde flaauw;
Hoe blonk het traantjen op haar wangen,
By 's Hemels frisfeben morgendaauw !
Hoe moedig hief zy in de ftralen
Der ftatig rijzende ochtendzon,
Om in hun fcbitlrcnd licht te pralen.
Waar meê heur eerfte leed begon!
Hoe heerlijk brak zy uit heur kluifter.
En fpreidde heel beur fchat ten loon;
Verdubbelde van gloed en luifler,
Gehuld met volle bladerkroon!
Nu dartiend, kwijnend, halfgcbogen,
Verflikt zy in verliefde zuchl;
Dan rijst zy moedig in den hoogcn,
En giet heur* balfem in de lucht.
Nu drinkt ze in fpeclzick zelfgenoegen.
Den laauwcn adem van Zefier:
Of luistert met wclluslig zwoegen
Naar 'sBijtjens momm'lend lucbtgetier.
Nu lokt zy met vcrflolcn lonken
Den zwerver onder 'l fpartleud kruid:
Dan fchiet zy met een dartel pronken
Van tusfchen 'l ijl gebladert* uit.
Het Bijijen ziet haar teder lacbcn.
Haar malfchc hemelreine borst:
Hy ziet haar om zijn kusjens prachen,
En tintelt van de wederdorst.