Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 132 -
LOSSE DICHTSTUKKEN.
Het Roosjen,
Deh, mira (egli canto) fpuntar la Rofa
Bal verde fuo, modeste e virginella^
TASSO.
Waar zijt gy Ihands, ficraad der bloemen,
Vorflin op Floraas Lenlelhroon,
Wie al wat ademt plaeb te roemen!
Waar is uw zielverrukkend fchoon?
Hoe! dit 's dat lief, bekoorlijk Roosjen,
De luifler van den gantfchen Hof!
Ontloken voor zoo kort een poosjen!
En nu, vcrtrappeld in het flof!
Ach! 'k heb haar knopjcn zien onlfpruiten.
En lachen door 't omzwachtlend groen;
Haar reinen boezem zich ontfluiten;
Haar vruchlbrc fchoot zich open doen,
Hoe vrolijk hief zy by 't ontluiken.
Wet zacht en zedig aangcziclil,
Hel hoofd van uil de doorncfiruiken.
En groette 't aangebroken lichl!