Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— m —
En brengen wierook aan, en goud, en fpecery,
En galmen 's Hoogften lof in vreemde melody!
Uw kroost vermeerdert zich by duizendduizendlallen; (*)
Een eindeloos geflacht vervult uw ruime wallen:
Het uiterst zeeflrand baart u kindren : neem hen aan t
Zie, zie uw hoven vol met vruchtbre ranken flaan!
De Godheid zet voor u haar HemeUluizen open,
En flroomt in zegen af, om Sion te overhoopen.
Sabéa bloeit voor u, met Indus nagelblom, (f)
En Ofirs gloeiend ftof doorgolft uw heiligdom,
't Brengt alles fcbalting op, gcfcbenk, en offeranden.
En 's aardrijks overvloed vloeit ftroomende in uw handen. —
Geen rijzende ochlendftond zal graauwen aan uw kim. (§)
Geen zon vermeet' zich meer dat hy Ie wagen klimm'!
<ieen maan zal aan zijn vlam haar zilvren lamp onlfleken;
Maar voor uw hemelglans zal zon en maan verblccken.
Verdwijnen, en hun gloed vergaan in enklen nacht.
Een eindloos heller dag met onbewolkte pracht
Zal eeuwig over u en uw bewoners flralen,
£n gloeien van bel licht der diamanten zalen.
Ja, de Ongefchaapne-zelf zal uw verlichting zijn;
En de eeuwigheid wordt u een enkle zonnefchijn! —
Deze Aarde gaat te nict met lucht en wolkgordijnen ; (**)
H Geflarnt' zal als een rook in H enkle niet verdwijnen ;
De rotfen, fmellen; en 't gebergt', in asch vergaan:
Maar 't Woord der Godheid blijft; daar is geen fchokken aan.
O Almacht! eeuwig is uw trouw; en onverbroken
Uw feepter! God van heil, Gy hebt het woord gefproken: (ff)
Uw Uijk houdt eeuwig ftand !" Uw waarheid triomfeert. —
Aanbid, ó Englenrei! — Meslias! Gy regeert.


(*) Jezaias LX: 4. (f) Jezaias LX: 6. (§) Jezaias LX: 19 en 20.
Jezaias LI: O en LIV: 10. (ff) Ffalm XLV: 7 en Hebr. I: 8.