Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 430 — '
Gebrek noch roof zijn band naar 't erf des nabuurs firekker
Maar de arm des zaaiers zal ook oogsten van zijn vlijt,
En juichen in 'l genot daar by zijn garven fnijdt.
De Herder zal verbaasd in dorre wildernissen
De lelie bloeien zien uit klip en waterlisfen, (*)
En hooren onverwacht in *t fchraal en dorstend zand
Een fpringbron ruifchen, die den wasdom voert op 't land
De rotskloof, 't gruwbre nest der fchuifelende draken,
Zal gras en rictfcheut voén en 't koelend windljcn fmaken.
Dan maakt de disïel plaats voor Myrth en eedlen Pijn;
En Palm- en Cederboom dekt heide en zandwoestijn. (-{•)
De Beuk en fiere Den zal hei- en doornefiruiken
Vervangen, en de olijf uit fcheerlingzaad ontluiken.
Het lam zal met den Wolf verkeeren als gefpeel; (§)
Dc Luipaart naast het kalf zich vlijen in H gareel:
De Leeuw zal zich op 't ftroo aan 's runddiers kreb vergastei
Geen Beer, geen Tijger taalt om H geiljen aan tc lasten.
Het pasgefpeende kind drijft Panthers naar den vloed;
En de adder lekt in 't gras des moeden wandlaars voet (")
De zoogling ftrijkt de huid der fchubbige aspisflangen,
En durft den bazilisk in 't kindervuisljen prangen;
Steekt lachende de hand in Leeuw- en Drakenmuil,
En kruipt by 't wricmlend broed in d'open addrcnkuil. —
Rijs, Vorstlijk Zalem (ffj, rijs, gekroond met zonneglanfen
Verhef uw fchittrend hoofd en torenrijke tranfen!
Gods licht omflraalt u. Hef uw oogen op, cn zie
Dc Vorslen van 't Heelal, gebogen op de knie, (§§)
Uw* Tempel eeren, cn uwe outers met hun gaven
Bedekken: 't geurig Oost voor uwe altaren flaven.
(*) Jezaias XXXV: 1 cn 7. (f) Jezaias XL: 19 en LV: 1
(§) Jezaias XI: 6,7 en 8. Jezaias LXV: 25. (ff) Jezaias LX:
(SS) Jezaias LX: 3.