Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 129 —
Zoekt, blinden, zoekt het licht aan 's Hemels blaauwen boog;
Reeds flraalt het ook voor u. Zijne Almacht breekt het duister:
jcniet, gelukkigen, geniet des Hemels luister! —
Gy, doven, komt, onlfangt in 'i nieuw geopend oor
't Betoovrend van de klank! heur luchlflroom dringt u door! —
^y, fprakeloozen, fpreekt! Gy, ftommen, zwijgt niet langer!
Slorl, ftort een' boezem uit, van Zijnen lofzang zwanger!
Verleemden, werpt uw kruk blijmoedig van u weg,
En huppelt met dc ree door flruik en myrlhehegM
in, kranken, juicht, ó juicht! uw pijnen zijn vervlogen.—
Geen Iranen, of dc hand des Redders zal ze droogen ! —
)c fchrikbre Dood bezwijkt cn zieltoogt van die hand, (*)
In 's Afgronds Dwingland krimpt cn worftelt in zijn' band.—
Gelijk de Veeknaap voor zijn dicrgcfchalte lammeren (f)
Van zachte deernis fmelt, gevoelig voor hun jammeren;
Hen met ccn tccdrc zorg langs malfchc beemden weidt,
Met zuivre lucht verkwikt, aan 't levend walcr leidt;
t Verloornc wederzoekt, en 't opneemt in zijne armen
Om 'top zijn' fchoot te voên, en aan zijn borst te warmen;
Zoo zal Hy 't menschlijk kroost, dat God hem overgaf.
Als Herder gadcftaan en hoeden met zijn' ftaf.
Hy, Vorst der Vrede, cn God van eeuw tot eeuwigheden! (§)
De Volken zullen 't flaal tot ploeg cn fcisfen fmcden, (*')
En 't ramm'Icnd harnas niet meer blinken over de aard.
Noch 't veld zich meslen met dc drupp'ling van het zwaard.
Dan zullen sluip cn hut het hoofd ten hemel beuren;
t Korlflondigc gcllacht zijn' arbeid niet betreuren;
Maar 'l honderdjarig kroost, met frisscbc jeugd omkleed, (ff)
Dc vruchten zamelen van 't Ouderlijke zweet.
De wijngaard zal den discb van d'achterkleinzoon dekken.
{•) Jezaias XXV: 8. (f) Jczaias XL: 11. (%) Jezaias LX: 6.
Jezaias H: (ff) Jezaias LXV: 21 en 22.
W. BILDEaOYK. XX* 9