Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 128 — '
Gerechtigheid keert weêr (*), maar vindt geen kwaad te wrekei
Kn heft de weegfchaal op met wapenlooze hand.
De Vrede hecrscht alom met heur olijvenplanl.
De in 'twit gedoschic Maagd* daalt neder uit de wolken
Met nieuwen hemelglans en zegent land en volken.
Vliegl, jaren! fpoedt! ó fpoedt, en drijft dien morgen voor
Wy dorfien, dierbaar wicht, naar 'tuur van uw geboorl'!
Vcrfchijn, o eedle fpruit! verfchijn, en word geboren!
I!cl Oosten vangt reeds aan uw' ochtend loe te gloren.
Naluur onthaalt u mei des aardrijks edelst groen,
Kn otfcrl aan uw koels gebloemte en veldfesloen.
Met al de lieflijkhcên die 't Weslerluchijcn waasfemt,
Daar 't om uw wiegjen zweeft, den Lentegeurljens aasfeml.
De hooge Libanon wenkt uw geboorte toe, (*i-)
De hosschen hupplen op 't gebergte, blij te moê.
'k Zie Zarons needrig dal van frisfehe rozen gloeien,
Kn Karmels bloemrijk hoofd met purpren luister bloeien !
Hoe dreunt de woesleny van dezen vreugdekreet: (§)
»Een God, een God verfchijnt; gaat, maakt zijn baan geree
»Bereidt, bereidt zijn pad!" — De heuvelen weêrgalmcn ,
En roepen 't juichend loe aan de Arameefche Palmen;
»Een God, een God verfchijnt," roept bergfpelonk en rots;
En 't aardrijk wacht de komst des naderenden Gods.
Zinkt, Bergen, zinkt! en rijst, gy kruipende valleien!
Gy, Ceders, buigt uw hoofd, en flrooil den grond met meie
Wijkt, Uotsgeslecnlcn ! en gy Stroomen, maakt ruimbaan!
Hy komt, de Heiland komt, biedt hem uw hulden aan!
Do Heiland, van wiens komst de aaloude Dichters fpelden!
De Heiland komt, hy koomt in de Idumeefche velden!
Hoort, doven; blinden, ziet! Ontfluit en oor en oog! — ("
(') Jezaias IX; 7. (f) .lezaias XXXV: 2. (§) Jezaias XL;
cn 4. (*') Jezaias XLH: 18 en XXV: 5 en 0.