Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 119 — '
Die Ceders in heur kronkels prangen.
En zet Naluur in harenszweel!
Laai alles naar uw klanken hooren!
De flang des boezems flopt heur ooren.
En rust niet van heur* gruwbren heel.
Wat zijl gy, rusteloos Geweten,
Dat nimmer nuimert, altijd waakt!
Dat, in de borst ten throon gezeten.
Uw eigen reehtheid nooit verzaakt!
Vergeefs moog de overflelpte reden
In *l woest gareel der drillen treden.
En flemmen in beur razerny:
Door duizendduizend felle tochten
Van alle kanten aangevochten,
Hegecrt gy onbelemmerd vrij.
En drijfl de doemfpraak van Gods toren
Het wederfpannig hart in de ooren,
In fpijt van't hevigst flormgetij*.
Zoo flaalïgeen rots in 'l wocn der baren ;
Geen Ceder in hel flormgeweld.
Zoo, midden in geweldenaren.
Geen met den roem bekranfte held.
De Kots, befpat met fcbuim der golven.
Wordt in één oogenblik bedolven :
De Ceder wankelt op zijn* voet:
De Held moog blozen om te vlieden.
En'l moordend flaal zijn boezem bieden,
Hy valt en tuimcll in zijn bloed.
Maar gy, gy weet niet van te wijken;
Gy zult voor geen geweld bezwijken;
U overftroomt geen holle vloed.