Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— it3 —
Gy kunt zijn woede doen bedaren,
En temmen zijn' onfloken* zin.
Ja, met den blikfem in de klaauwen.
Voelt hy zijn moord- en bloedlust flaauwen.
En fluimert by het veldhoen in.
O zorgen, rampen, jamm'ren, plagen.
Ook gy, ook gy vergeet te knagen,
Gy, Gieren, die de ziel doorboort!
Waar 't hart de Cylher aan kan hangen.
Daar droogen dc belraandc wangen.
Daar breekt een firaal van kalmte voort.
Maar wie, wie zal uw fnaren roeren,
O Cyther, Godenlafels waard!
Wie aan uw' toon de harten fnoercn,
Dc zielen aan deze aard ontvoeren,
Wegiuimlende in heur hemelvaart?
Wie vliegt op Morgenlandfche wieken
De Morgenzon by 't ochtendkrieken
In 't vlammenfehielende aangezicht?
Wie zal door hartbetoovrend zingen
Thands meer dan fteenen, ftervelingen,
Tot menschlijkheid, tot tranen dwingen.
En toonen ze in dc gloénde kringen
Die d'ongenaakbren throon omringen.
De bron van 't ongefchapen licht?
Wie zal dit? — Dichters onzer dagen,
Zoo laauw, zoo kruipend als uw Eeuw t
Wat moogt ge naar de glorie jagen
Van laf, van ijdel volksgefchreeuw ?
Men moge u doemen of aanbidden,
W. BU.DERDYK. XX. S