Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 112 — '
Maar hoe gevoelt de ziel des braven,
Wanneer ze zich den Zang ontfluit.
Door H klinken van de yvoren Luit
Het zwoegend harte ftreelen, laven!
Het hart dat leed en rampen torscht.
Of gloeit van eer- en letterdorst!
De zachte, frisfehe Zomerregen,
Op blakende akkers neêrgezegen.
De koele luchlftroom van het West,
In zachte golving faamgeprest;
Vereent zich in die zoete klanken. —
Als 't malsch gewemel van de lucht.
Die door *t Abeelenboschjen zucht.
En lispelt door de wijngaardranken;
Als 't lieflijk drupplend hemelnat
Op 't halfverwelkte rozenblad,
Gereed den laatften fnik te geven;
Verkwikken zy het lijdend hart,
Verflaan de branding van de fmart,
Vernieuwen adem, kracht en leven.
Verheffen H neergebogen hoofd:
Men voelt in haar een' wellust zweven.
Die alle wonden zalft en ftooft.
En 't hart van zoete ontroering beven;
De ziel, door hare kracbt gefteven.
Op donzen wolkjens opgeheven.
En d' aardfchen kommer uitgedoofd.
Met kleppende, uitgebreide vleugelen.
Staat de Arend, loerende op zijn buit.
Wat Godheid zal zijn drift beteugelen ?-
De tooverkracht der zoete Luit! —
Klinkt zachtjens, klinkt, ó Cytberfnaren I