Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 110 —
De firijdbare Amazoon, len oorlog voorfgelceld,
SMcblte op 't Elezisch flrand een ruwgehouwen beeld
In fcbaduw van een beuk, en wijdde 't u, Godesfe!
De kuifcbe Ilippo rookte, als Opperpricsteresfe,
Den wierook op 't altaar , van zoden faamgchoopt.
De krijgsboop zwierde in 't rond, door Godsdienstdrift genoo
En danste in 't rammlend ftaal den Krijgsdans der Barbare
Nu, kruifend door elkaar met fpies en beukelaren.
Dan, hand in band gevat, en reiende in een' kring.
De riethalm gaf den loon aan tred en buppcling,
(Nog wist men van geen lluit uit hertsgcbccnt' te boren)
En 't ftatig Feestgebaar deed zich tot Sardis hooren.
En waar dc Frjgiaan Cybcbes bekkens Haat;
Hun voeten Itamptcn forscb en klonken op de maat;
De pijlbus fcbuddc meê en klaterde aan dc fchouder,
En ruisfclde u ter eer' en 's warelds Onderhouder.
't Is bier, dat lang daar na een Tempel werd gefticht.
De prachtigfte in 't Heelal, die 't alziend Zonnelicht
Bcftraaldc! Apollo-zelf moet voor zijn luifler wijken.
En geene, eeuw uit, eeuw in, zal dezen ooit gelijken.
Verwaten Lygdamis, aan 't hoofd der Schytfche macht,
(Barbaren, by de melk van paarden opgebracht.
En talrijk als het zand, van 's Bosfors woefte flranden)
Bedreigt het heiligdom met Godvergeten handen.
Verdwaasde! tot boe verr' bedroog zijn waan hem niet!
Niet een, die, uit den hoop, den Bosfor wederziet.
Vergeefs, Kaysters boord begraven met hun wagcncn!
Zijn kil is tocgeftopt met bergen van verflagenen.
En wentelt niel dan bloed en waapnen in zijn bed:
Uw boog, 6 Koningin, heeft Efezus gered!