Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 31 -
n waarom? Wijl hy Ilcm voor H fchcpllendom weldadig,
Rechtvaardig Icgens *t kwaad, voor die ilcm eert, genadig,
En aigenoegzaam waant? aan zijn Voorzienigheid
Het minst van 'tgcen hcitaal, het nietigst, niet ontzeit?
Verdwaasden! neen, uw hart weèrfpreekt dit aan u-zelven.
Doorzoekt hel, leert den grond uws wrevels op te delven:
Hls nijd. Vergeefs uw ziel met ijdlen waan gevoed!
De fchrikbre nacht des doods heanftigt u 't gemoed.
Een God die 't onrccht ftraft! Een Wreker! geen verzoening!
De onlochenbaarftc fchuld by de onmacht ter voldoening!
ó Uitzicht, gruwbrer nog dan H ijslijkst van de dood!
Ach! dat zich H duiftrc graf Hechts eens voor ecuwig floot!
Ach ! waar de onfterflijkbcid, waar naar zich 't hart voelt haken,
iedrieglijk; of een goed waar aan men kon verzaken!
Waar Hy, die 'tal regeert, een God van Epikunr!
Een blinde werkingskracht der fcheppendc Natuur!
Ecn door noodzaaklijkheid gedreven rcedloos Wezen,
n wien het zeedlijk kwaad geen' rechter had te vreezen!
Maar ja, gewis het is, het moet, het zal zoo zijn!
Geen Godheid, wat ze ook zy, fchept lust in onze pijn:
Geen Godheid kan ons kwaad in hare rust verftoren:
Ze is niets, of niets voor ons, en kent noch gunst noch toren;
En 'tkwaad, het zeedlijk kwaad, dat God niet aan kan doen,
Is ftraüoos uit den aart, en hoeft gen& noch zoen.—
)an echter, zoo 't mocht zijn! — Ach, waar mijn hart des zeker,
Dat dit mijn wenfchen zelf geene Almacht vindt tol wreker;
En wal Gods fchepping ftoort, zijn heiligheid wecrftreefl,
Van Zijn rechtvaardigheid geen ftraf te wachten heeft!
Selukkig Christendom, wiens zonden zijn vergeven!
)at met een dankbaar hart uw' Heiland aan kunt kleven!
)at de eeuwigheid gerust en juichende in kunt gaan!
^oor wie uw Rechter zelf den fchuldeisch beeft voldaan !
jelukkig, die met ü in Jezus kon gclooven! —