Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 108 — '
En houdt zijn rosfen ftaan in 't midden van hun vaart;
En eindloos wordt de dag voor de onbefchaduwde aard.
Maar wat is, van gebergte, of waterrijke dalen,
Of eiland, dat by u den voorkeur mag behalen;
En wie der Nymfen is u 't dierbaarfte uit uw' ftoet?
Godes, ó meld het my! — Euripus wondre vloed;
Teugelus groene top, en Pergaas eedle wallen;
't Oingolfde Doliehe; — zie daar uw welgevallen!
Maar teder minde uw ziel den woud- en hertenfehrik,
Gortynië; en u meê, Boogfchietfter, feherp van blik,
U, Britomartis, om wier liefde en mededogen
De wijze Minos zuchtte, en, in verijdeld pogen,
Gantsch Krete doorzwierf. Gy verfchoolt u, nu in 'triet,
Dan onder 't wilgenloof by beek en watervliet.
Hy doolde maanden lang, de doodverf op de lippen.
Door rots en woesleny, en onbewoonde klippen.
Tot ge, eindlijk, door zijn' arm aan boord der zee verrast,
Ontfliple, en van de fpits in 't water neêrgeplast,
Dg dood der kuischheid zocht in 'l harl der zilte baren.
Maar, in een net verward, u 'lieven zaagt bewaren.
Van daar, dat Krete u fints naar 't vischnet heeft genaamd,(
Zoo wel als 't rotsgevaarl' waar van gy nederkwaamt; (-j*)
En dal m' u outers bouwde en offerdagen wijdde.
En 't dierbaar jaarfeest viert des dags die u bevrijdde,
Omflingerd met een pijn- of geurge mastikkroon!
Want dan is 't myrlheblad onheilig en verboón.
Heur ftruik was 't, die 't gewaad der teedre maagd in'tvliede
Weêrhield; om aan 't geweld des fchakers hulp le bieden.
Ook was Cyrene u waard, volfchoone Jachlgodes!
(*) Dictyna, Dicteus. Beide van dictyon, een net.