Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
— 103 —
En koost u Nymfen uit, in 't zeefchuim opgewasfen,
Wie nog geen maagdenriem de heupen had gekneld.
En wier geboorlezon flechls negen jaren telU
Hoe voelt Ceratus vloed, hoe Tethys zich gedreven,
Gefpelen aan de telg van Vrouw Laioon te geven!
Nu ijlt gy naar 't gellacht der Titans, grof van vuist.
Dat d' ijzren moker voert en in Lipare hulst.
Lipare! een nieuwe naam, die geene Aaloudheid kende,
Eer nog Saturnus zoon de wareldteugels mende.
Gy vondt ze aan 't aanbeeld van den vlammenden Vulkaan
Met opgeheven' arm om 't gloeiend ijzer ftaan,
Zy zwoegden aan een kreb voor God Neptunus rosfen.
De Nymfen fidderdcn op 't aanzien dier Kolosfen:
't Gebergt van Osfa fcbeen hun kleiner op 't gezicht.
Een eenig fchrikbaar oog gaf in hun voorhoofd licht.
Maar dil, dit eenig oog, als vier paar beukelaren,
Geleek ze als met dc vlam eens blikfems aan te ftaren!
't Geluid van 't aanbeeld dat door rots en welffel klonk.
Zoo vaak de hamcrnag op 't vonklend fmeedwerk zonk,
t Ontzachlijk luchtgezuis ten blaasbalg uitgedrongen.
En, zelf de holle zucht van hun verfchroeide longen.
Doordringt haar 't hart met fchrik cn ijzing, 't Ingewand
Der Etna beeft er van, en 't gantsch Trinakrisch flrand.
't Naburig Latium weergalmt; en 't naastgelegen
En roflig Cyrnus fpringt, als blode hinden plegen.
Met berg en grondvest op, wanneer dit woest gcfpuis
Voor d'ijsbren ovenbrand van 't gloeiende fornuis
By eiken nieuwen flag hun reuzenkracht verfpillen.
Om 't gruwbre fleclgevaart' der hamers op te tillen.
En 't, opgeheven, met verdubbling van hun macht.
Weer néér te plofl'en op de fmeèflaaf die 't verwacht.
Geen wonder, zoo het hart dier teedre maagdenfpruiten
Voor 't aanzien, voor't gedruisch, zich-zelf fcbeen toe te fluiten!