Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-- 101 —
Lofzang aan Diane.
NA KALLIMACHUS.
Dianc, want wie leeft, die ftrafloos u vergat!
U zingen we, op uw* boog en fleren jaebtftoet prat.
En bergfeestreien, die uw wakkre veldgefpelen
Doormenglen met den galm van duizend maagdenkeelen.
) laat me u nevens baar dees teedren Lofzang bién!
Ü zinge ik van dc ftond, dat ge op uws Vaders kniên,
Met kinderlijk gevlei en minlijk bandenftroken
iem toefpraakt, van den gloed der gloriezucbt aan *t koken.
Die met een* zacbten blos u wemelde op *t gelaat:
Mijn Vader, fta my toe, in eeuwgen maagdenftaat
Mijn reinheid ongerept en vlekloos te bewaren,
in doe me in roem en eer mijn' Broeder evenaren!
jeef me ook een' boog en fcbicbt: mijn Vader, 'k fmeek daar om!
Ik vraag geen pijlbus noch geen' beirboog, zwaar en krom,
^Is Mavors of Belloon doen rinklcn om bun leden;
Heen, laat de Titans my een buigbren jacbtboog fmeden,
n pijlen, die mijn band op 'tfcbuwe boschgediert'
n 't vlieden werpen mag, en zonder kracbt beftiert!
Vergun my, 't franjekleed ten kniën op te baken;
ilet fakklen in de band dc nachten door te waken;
In zoek me in 't talrijk kroost van Vader Oceaan
Sen zestig maagden uit, om meê ten rei te gaan;
VI, meisjens, wien geen min het fchuldloos hart ontftelde,
in wie geen gordel nog de blanke heupen knelde!
Ua me ook een twintigtal van dienstbre Nymfen loe,
)at, wen ik op de jagt naar linx en hinden fpoê,
rlijn brozen fnoeren moog en 't hijgend jachlzeel houden!
ïchenk my 't gebergt' ter woon, de heerfchappy der wouden;
1