Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 98 -
Van u is H dat de pijl op 's Schutters wenken vliedt!
Van u is 't, met den geest de toekomst in te horen!
Van u, der Volken lot in 't luchtruim na te fporen!
Uw kunst is 't, die den dood hy 't krankhed vlieden doel,
En hem in de armen valt, wanneer hy dreigt en woedt!
Van Febus tiert het vee in beemden cn valleien,
Sints dal Aml'ryzus vloed bem 'l wollig heir zag weien.
En drenken 'taan zijn' ftroom, door teedre min gegloeid.
O zalig 'l rundrental, dat door die velden loeit!
O lietlijk 'l zacht geblaat der geitjcns door de dalen!
Geen misdracht overvalt het ooilam onder 't dwalen;
Geen' tweeling werpt hel in de doornen; noch verlaat
Heur' zoogling, daar de room in zwellende uiers flaal.
'l Vloeit al van melk en room, en wemelt er van jongen.
De groene veldgrond bonst van dartle geitenfprongen;
En varr' cn vaarzc bulkt by 't fnuivende genet.
Dat met verhit gebricsch de buurt in onrust zet.
Zingl, Dichtren ; laat uw toon den God der berdren prijze
Van Febus is 'I, dal flad, en wal, en burchten rijzen!
Hy mint de fleden , hy, die burcht en grondvest fticht!
Hem dankt Orlygia, bem, Iweepaarjarig wicht
(Daar hem zijn voedfter nog in 't leenen korfjen wiegell),
Haar hoekmuur, die zijn' voet in 't heldre zeenat fpiegell.
Uit gcitenhoornen, buit van Vrouw Dianaas jacht,
Gevlochten lol een haag, die al!c rots veracht.
En die, met flib en klei (uil 'sLandflrooms kil gedolven)
Gepleisterd en verfleend, nu lucht Irolfeert en golven.
Zoo leerde Febus 'l eerst der fleden vestingbouw.
Den grondflag van geluk, en rust, en Burgertrouw!
Hy wees, mijn Vaderftad(*), uw vruchtbare akkervelden
Aan Baltus; vloog, aan 't hoofd van hun die hem verzeldf
(*) Cyrene.