Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 95 — '
»»Befchouwt me daar dien grooler knaap,
»»Hy eet zijn Chelfea-bonn! (*)
»»Dat kind is Koning Hendriks zoon,
»»Dien 'k nimmer lijden kon.
»»Hy heeft een rechte varkensfnuit,
)f»Een bullenkop als hy.""
»Dat fchaadt niet (riep de Koning uil),
»Te liever is hy my." —
Dc Koning fmeet zijn keuvel af,
Met heel zijn munnikspij.
»»Foei (riep zy), wat een vuil bedrog!
»»Wal fnoode fchelmery!""
De Koning keek den armen Lord,
Maar over fchouder, aan:
»Lord Maarfehalk (zei hy)l'k gaf mijn woord;
»H Zou anders zoo niet gaan!
»»Zoo loopt het (riep de flimmc feeks)
»»Mei diergelijke list.
»»Sleeds brengt zy heel wat anders uil,
»»Dan wal men gaarne wist."" —
Lord Maarfehalk keek geweldig llecht.
Doch fprak den Koning aan:
»jHcer Koning, gy moesl Priester zijn,
»,En ik uw Kapellaan!"'
4805.
(*) Lees, op zijn Fransch: C/ie//te-6on; een morgenbroodljen,
zeer geacht in Londen. _