Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 93 — '
»Dat, wat ilc kranke biechten mag,
»Het niemand fchaden zal,
»Steek gy n flechts in 't mnnnikskleed,
»Ik doe er ook een aan;
»En ik, ik zal de Priester zijn,
»En gy mijn Kapellaan,"
Zy fteken zich in 't Mnnnikskleed,
En treden White-Hall door(*):
De handbei klinkt, de waschkaars licht,
Dc kwispel gaat hen voor.
Zy komen voor het Ledikant,
En knielen op 't Karpet:
»Het biechtgeld, lieve Koningin!
»Het is er toe gezet!" —
»»Verklaart my, of gy Franfchen zijl?
»»Die vroeg ik voor mijn biecht.
»»En maakt op ftrop cn dwarshout ftaat,
»»Indien ge my bedriegt."" —
»Wy komen op dit oogenblik
»Zoo versch uit Frankrijk aan,
»En hebben fints wy zijn in 't land
»Nog zelfs geen mis gedaan." —
»»Zoo hoort dan wat ik u verklaar;
»»Mijn zonden doen my leed:
') Lees Wijt-hol.