Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 92
Eléonoor, C)
aoMANce.
Eléonoor lag krank en flechl,
Die goede Koningin!
Nu dacht zy aan haar laatftc flond,
En wou den Hemel in.
Dus zocht zy in gewijde Biecht
Op 't angftig fterfbed rust:
En cisclite daar een' Priester toe,
Maar van de Fransche kust.
»Lord Maarfchalk (riep de Koning), hoor!
»Wy zijn vertrouwde maats:
wGa meê, ik biecht de Koningin,
In 's Franfchen Priesters plaats.
»Zoo'n Vrouwenbiecht moet grappig zijn,
»Zy zij dan boe zy zij:
»Wat Vrouwen op het harte ligt,
ȕs altijd voddery!"
M, Een beê, ccn beê (riep de arme Lord,
»,En boog zich op de knie)!
»,Dat, wat de kranke biechten mag,
M,Aan niemand leed gcfchiê.'" —
»Ik zet mijn Bidderwoord te pand,
»Mijn fcepter, kroon, cn al,
(*) Gemalin van Koning Henrijk H van Engeland,