Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 89 — '
»Wel, Robbert, wel, ge zegt zoo wal.
Dat plan is niet zoo zot.
Dat waar voorwaar een groot bonbeur !
Maar trek niet weêr de pot!" —
»Maar, Vader, *k zie er beel wei uit,
Ben flink van lijl" en leên,
En 'k hou my beter by een Vrouw
Dan by zoo'n Saraeeen.
Gy zondl me wel naar Spanje heen.
En Deen, en Mol", en Pool:
Hier waag ik hoofd noeh beenbreuk by.
Al wierd het ook weêr kool." —
»Ja, Robbert, maar zoo'n dolleman..,.»
Ik peis niet dat zy wil." —
»Och, Vader, 't Wijijcn is nog jong:
Dal 's beter dan te ftil." —
„Maar de Adel duldt het zeker niet,
Gy zijt zoo dom, zoo los." —
»Te liever ben ik hun voor Voogd:
Al waar ik ook een Os." —
»Wel nu, beproef hel avontuur!
Zoo menig leêge kruin.
Zoo menig losbol, goed tol niets,
Maakl aan ecn Vrouw fortuin." —
Daar gaal Mejonker, fraai gedoscht,
En maakl Mevrouw zijn hof:
11 parle sentiment, ganlsch bloed!
Slechts is de toon wal grof.