Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 88 — '
In Heind, liy koomt, berooid en krank.
Zoo mager als een muis,
Zijn' Vader, mei de kous op 't boold
Ten derden maal weer t' huis.
»Och! Jongen, roept hy vloekende uit,
Wat bislu voor een laf!
De Duivel fleep' u naar de Hel,
En my de dood in 'l graf!"
VIJFDE ZANG.
»Ja, Vaartjen, zegt hy, ja, 'tis Avaar,
Ik lei het kwalijk aan :
Maar geef my flechts een' nieuwen rok,
Hel zal nu beter gaan.
»Graaf Floris, neen, dien stond ik niel.
Maar hy is uil den lijd.
En Geertrui (*) is een jonge Wceüw,
Wel waard te zijn gevrijd.
»Wal meentge? Was dat geen portuur,
Haar Zoontjen is een wees,
En zoo ik Voogd of Ruwaard wierd, (f)
Dan, dunkt me; klaar was Kees!"
('*) Geertrui, Weduwe van Floris de Eerste.
liet Landbeslier, niel in naam maar in plaats van cc
onmondigen of ter Regeering onbekwamen Graaf, werd by oi
van ouds Ruwaardy genoemd. Zoo werd Hertog Albrecht va
Beieren Ruwaard, by zijns Broeders krankzinnigheid. Zoo V
lips van Burgonje wegens Vrouw Jacobaas onbekwaamheid.