Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 82 — '
Die neemt hem, daar ze juist vertrekt,
Op naam van ballast aan.
Daar koomt hy weder by Papa:
»Neen, zegt hy, zoo niet wcêr!
Die Moffen zijn zoo onbefchoft.
Het gaat my aan mijn eer.
»De zeetocht is mijn zaak zoo niet;
Maar zie! zoo'n reis Ie land.
Dat, dunkt my, zou veel beter gaan;
Dat vind ik meer plaizant." —
»Mijn vloot, riep grijze Boudewijn!
Mijn vloot! mijn arme vloot!
Foei, Jongen, zoo veel gelds verkwist!
Gy doet my nog de dood!
»Ach! hadt ge flechts, voor 't allerminst,
(Nooit hebt gy overleg!)
Een lading ftokvisch meégebracht,
Dan was niet alles weg.
»Ik wenschle...!" »Nu wal woudt ge dan.
Zegt Bobbert, wees niet mal!
Ik lag daar met mijn neus op 'tflroo,
In duskcn (*) muizenval!
(*) Vnsken is een Vlaamsch woord, hoedanige men hier v
fcheiden aan Bobbert en zijn' Vader in den mond legt. 1
beleekent ^u/A: een. Zoo is hel met ik -peis, \oov ik denk; vo
waar, voor gems of zeker-, cn de bastaardwoorden poriux