Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 79 — '
Men houdl liem nog een jaar of twee,
Maar was er meê gebruid:
Sleeds had hy krullen in de kruin,
En voerde postjens uit.
In H eind, de Vader wordl het moe:
»Kom, zegt hy. Jongen, kom!
Hier aan le bakken aan den haard,
Dal past geen jonge blom.
»Kom, kom! hel zal nu beter gaan.
Slechts nieuwen moed gevat!
Hier l'huis is niels voor u le doen:
Hier zit gy u maar plat.
»Gy wordt, dit ligt my op het hart.
Nog Koning hier of daar;
Al kreegt gc maar in Amflerdam
Hel rijk van Jorisvaar." —
In Gods naam, zegt hy ! Goeden dag!
Ik ben alweer le vrcên;
Maar zend my heel de wareld rond,
Doch naar geen' Saraceen." —
»Wel nu dan, fprak de grijze Graaf,
Daar is nog ruime keur;
Indien gc rog noch wijling lust.
Daar is ook fnock en fleur.
»Ga heen, en zeil de Weisfel op;
Gy zijt een knappe borst,
Dc Polen zitten zonder heer.
Licht neemt men u tot Vorst." —