Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 76 — '
Zoo fimpel Robbert klinkt niet goed:
Niels rijmt er op dien naam.
Want fchobbert is geen deftig woord,
Noch dient in onzen kraam.
»Voor my, ik heb geen Koningrijk,
Dat ik verdeden kan.
Uw Broeder krijgt mijn gantsch gebied,
En gy geen' brok daar van.
»En daarom, ga! —Geluk op reis.
Mooi weer, en goeden wind!
Men zegt, de Fenix zingt zoo fraai;
Zie toe, dat gy hem vindt." —
Hier zweeg hy, en dc jonge borst
Gaf andwoord met een zucht:
»Ja, Vader, dat is goed cn wel:
Ik hou wel van ccn klucht.
»Maar cclitcr, 't fpookt zoo, naar men zegt,
In 't hartjen van de zee:
Daar zwemmen booze baaien in:
Ligt neemt er een my mcó.
»Of zoo het al geen zeedier doet,
Dc wareld, wijd cn breed,
Is voi van Sarraccensch gebroed
Dat Chrislenmcnfchcn vreet." —
»Kom, kom wal. Jongen, wees niet bang!
Hier zijt gy zulk ccn haan.
Ga heen en Iroosl u maar, en trek
Uw floulc fcboenen aan." —