Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Maar federt "waagt geen misdaad ooit
zich zoo naby aan *t flrand.
En federt blijft de Vriendentrouw
by 't menschdom ongefchend,
Want Yrwin en de Steenrotsklip
zijn al wat leeft bekend.
1788.
Robbert de Vries.
ROMANCE.
EERSTE ZANG.
Graaf Boudewijn (*) had jaren lang
Gantsch Vlaanderen berecht,
En had, nu grijs en afgeleefd,
Twee Zonen uit zijn Echt.
De Jonker (f) droeg zijns Vaders naam,
En was een rechte bloed;
De jongfte was een woeste knaap.
En had noch land noch goed.
(*) Boudewijn de Vijfde, Graaf van Vlaanderen,
(-j-) Men weet, dal de naam van de Jonker aan den Leer
opvolger eigen was. Alhoewel men, beleefdheidshalve, jonger
Zonen wel met den lylel van Jonker begroette, de Jonker za
altijd op den oudfte. Zoo was 't in Engeland oudtijds vcïCiChild
in Spanje, met Infant, enz. De Jonker is bier Boudewijn, al
Graaf na zijn' Vader, de Zesde.