Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 73 — '
Hy trekt hel wapen uit het wond;
maar, eer hy weder treft,
O wonder! 't dier verliest zijn' fchijn,
terwijl hy d'arm verheft.
Zijn muil die gapend fcheen naar moord,
zijn hreede fnuit, verfmalt!
Zijn borftcls worden menschlijk hair,
dat op zijn fchoften valt:
Zijn klaauwen, armen, flrekt hy uil,
En loont eens Jonglings borst.
'lis Yrwin (hemel!) die daar ligt,
en 't hoofd nog opwaarts torscht.
'tis Yrwin (hemel!) die daar ligt,
en in zijn' bloedflroom zwemt!
Die nog met machlelooze hand
des Grijzaarls banden klemt!
,Acb (zegt hy!) 'k heb aan 't lol voldaan;
,mijn onheil was verdiend.
,lk had de menschhcid uilgefchud,
,'k verried een boezemvriend.' —
Zoo zegt hy; richt hel hoofd nog op;
bezwaarlijk! flort en fneeft.
Den Grijzaart knikt het lijf, verflijfd,
niet wetende of hy leeft.
Zijn Dochter bleef verfteend van fchrik;
hy-zclf, hy werd een klip;
En beide flrekken thands len baak
aan 'lgolvenklievend fchip.
De zee befpoelde fints hunn' voet,
cn fneed hen af van 't land;