Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 72 — '
»De bloedfchuld, die mijn buis bevlekt,
zoo dit uw wraak vervult t
»Mijn hart, mijn hand, zijn vrij van *t kwaad;
»mijne oogen, rein daar van:
»Mijn eenvoud kent bedrog noch list,
»die iemand fchaden kan.
»En gy, mijn kroost! en, Yrwin, gy !
»waar zijn uw euvelda&n ?
»Gy immers voelt u even rein?
»of, wat hebt gy begaan!" —
lly fprak, en kust zijn Dochters wang,
van tranen thands doorgroefd,
En zet baar aan een heuvel neer,
meer zinloos dan bedroefd.
lly loopt verbijsterd om en om,
Maar zonder oogmerk om;
Nu, vloekende op zijn fchuldlooshcid,
en dan op 't Godendom.
Een grimmige IJsbeer heft het hoofd
van uit het bonzend meer:
Schiet toe, en valt op 't oeverzand ^
aan 's meisjens voeten neêr.
De Grijzaart fchrikt; het walvischbeen
blinkt ijlings in zijn baud,
Snort w^eg, en boort door 't borstlig hair
in 's ondiers ingewand.
Hy fcbreeuwt, treedt toe; en 't monfter huilt
en wentelt in zijn bloed.
Hy nadert, met de vreugde in 'thart,
dat by zijn telg behoedt,