Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 70 —
Voert liaar heurs grijzen Vaders zorg
naar d' oever van de zee.
Nu koomt zy aan baars vaders band
by 't dorre ftrandgevaart*,
Waar Tbor (*) d'onzacblbrcn mokerftal"
met flaal en vuurfteen paart.
Zy fiddren op den drempelfleen,
die voor den ingang ligt,
En belFen de oogen trillende op
naar 't vormloos aangezicht.
Dc Priefter leidt hen voor 'l altaar;
daar knielen zy in 'tzand:
Hy vat de groote tooverbom, (f)
bofchilderd door zijn hand.
Hy rommelt, draait haar over 't hoofd,
en zuist den God in 't oor.
En fmeekt hem voor de kranke I\laagd
genaderijk gehoor.
(•) Thor is de opperfte Godheid der Laplandcren. Een bloo
boomtronk gants van lakken ontbloot, en met een ruw zweci
fel van een menschlijk gelaat daar in uitgehakt, ftclt hem voo
Aan dezen tronk zijn, als onderfcheidende kenmerken dez
Godheid, een moker met een ßeen en vuurßaal opgchangci
waar door levens dc Donderaar en de Schepper des Lichts
hem beteekend worden.
(-[-) Dc Tooverbom dient den Wichlaar, ter bezweoring vj
Goden en Geesten, op dat zy hem hel verborgene onldckkt
en inflorlen. Door heur zuizing en gonzing bedwelmd, ftre
hy zich voor over op den grond, en vervalt in een mijmerin
waar uit hy oprijst om zijne uilfpraken te doen.