Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 68 —
»Nog nooit heb ik u dus gezien!
»Wat flaan uw oogen fel!
»Van waar dat gruwzaam fleigrend hair?
»Dat gapen van dien mond?
»De loodverf die uw kaak betrekt?
»Wat ziet ge dus in 'trond?
»Omhels my! ken uw Vreedebag,
»die aan uw' boezem hangt;
»Die d'adem van uw hijgend hart
»op bare lippen vangt!
»Wat doet gy? Yrwin, zijt gy Hnog?
»Zijl gy H, mijn Yrwin! gy!
»Is H droom? is 't zinbedrog, is 't fpook?
»0 Hemel, fla my by!"—
Zoo fpreekt ze, cn ijst van H monflerdier
dat in heure armen gromt;
Valt, ijslijk gillend, ruglings néér,
en blijft van fchrik verftomd.
Geen Yrwin, neen, een Winlerbeer,
als zy zich wedervond.
Snoof met een vreesfelijke fnuit
om haren boezem rond.
Zy gilt, zy fchreeuwt, zy vlucht, zy vliegt,
en voelt geen* grond in 't vlienl
Reeds is zy in beurs Vaders ftulp,
maar waagt niet, om te zien.
Zy zit, zy zwijgt. Men vraagt vergeefs:
geen andwoord (wat men vraagt),
Wat baar, wat Yrwin is gebeurd,
verkrijgt men van de Maagd.—