Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 67 —
»Neen, Yrwin, neen, ons dreigt geen leed,
»mijn ziel getuigt het my!
»Zy huppelt in mijn fmaehtend hart.
»Wat vreeze ik aan uw zij!" —
Zoo fprak de blonde Vreedebag,
daar ze in 't gekrulde gras
In de armen van heur Bruigom zeeg,
en in zijne oogen las.
De zon, die nog een' llaauwen ftraal
door de avondkimmen fchoot.
Verlichtte 'tMaagdlijk aangezicht
met vurig blinkend rood.
»Ach, Yrwin, zie, hoe gloeit de kim
»terwijl het daglicht zinkt!
»Wat overheerlijke avondglans;
»waar mee de hemel blinkt!
»Gewis, dit ftil, dit groolsch verfchiel
»heeft iels ontzettends in.
»De nacht koomt op, dc fchaduw klimt;
»kom spoên wy naar 't gezin."
»Het duifler valt, de wijk is verr':
»wy zijn hier gants alleen.
»Ja, Yrwin, ja, ik voel hel ook,
»er waart iets om ons heen.
»Iels gruwzaams hangt ons boven 't hoofd ;
»het klamme zweet breekt me uit:
■Mijn boezem beeft als fehuddend riet:
»wat of dil toch beduidt?
»Maar hoe! wat wil dit woest gelaal!
»Ach, Yrwin, zijt gy 'twcl?