Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 61 —
Staan my dan dc firanden open ? Bly, in band gcklemdcn man! Zou ik my voor iels verliillen , Dat my niet gebeuren kan ! —
»Maar gefteld, uw banden vielen, »En de weêrkomst ftond u vrij; »Zou uw borsl niet vurig baken »Naar bel eind dier fiaverny ?" —
Waartoe my het hart Ie peilen? Lieve fchoonheid, dit 's te wreed! 'k Draag mijn kluifter, en gemoedigd. Voeg geen zwaarte by haar leed,—
»Waan niet dat ik u befpotte, »Jeugdig Ridder, wie gy zijl. t>'k Heb een leérgcvoelig harte, »Dat met uwe ellende lijdt." —
'k Zie uw oog een' Iraan ontvloeien. God vergelde u dezen traan! 'k Voel de kelen minder knellen. Ziet gy baar gevoelig aan. —
»Jongling, mocht mijn hart u redden! »Wat beftond dat hart niet al! »Maar gy zult my licht verachten »Om het geen ik melden zal?" —
God verhoede 't, lieve Schoonel Neen, uw argwaan doet my pijn. Ieder zuchljen van dien boezem. Zou my dat niet heilig ziju! —